Water & Gezondheid


 
Onze drinkwaterbereiding bestaat grofweg uit een of meer filtratiestappen, een ontijzeringsstap en een oxydatiestap. In de filtratiestap worden de meeste zwevende deeltjes afgevangen. Hier wordt het water door een pakket met steeds fijnere zandlagen gevoerd. In de ontijzering wordt, zoals de naam al doet vermoeden, het ijzer verwijderd. Dit gebeurt door het water te beluchten en kalk toe te voegen, zodat onoplosbaar roest ontstaat. Bij het verwijderen hiervan worden ook andere metalen (gedeeltelijk) afgevangen. De oxydatiestap is bedoeld om bacteriën en andere ziektekiemen te doden. Hiervoor wordt vaak chloor gebruikt. Alternatieven zijn ozon en membraanfilters.

Er wordt dus iets uit het water gehaald, maar er wordt ook wat in gestopt. De toegevoegde kalk maakt het water basisch, hard en stroef op de tong. Terwijl de WHO de maximumnorm voor goed drinkwater op 5,6°D (graden Duitse hardheid) stelt, levert 85% van de Nederlandse pompstations water met een hogere hardheid. Naast kalk wordt in de ontijzeringsstap ook vlokmiddel toegevoegd, bijvoorbeeld aluminiumsulfaat. Dit is niet veel, maar het zit er wel in.

En dan is er nog chloor. Behalve dat het ziektekiemen doodt, reageert het ook met allerlei organische verbindingen waardoor een scala aan giftige stoffen wordt gevormd. Daarom wordt het in Nederland zo weinig mogelijk gebruikt. Maar in andere landen neemt men het vaak niet zo nauw en wordt, ook al om bacteriegroei in de lange en warme leidingen te voorkomen, flink gechloreerd.

Lucas Reijnders geeft in zijn boek "Pleidooi voor een duurzame relatie met het milieu" een lange lijst van veel gebruikte chemicaliën die in het drinkwater kunnen voorkomen. Die er dus ofwel niet uit gehaald zijn, ofwel aan toegevoegd zijn, ofwel door reacties met toevoegingen in gevormd zijn.