Filters

 

 

Achtergronden

In 1850 maakte Henry Doulton zijn eerste keramische filter om de cholera-epidemie te bestrijden, die zich via de Thames in het drinkwater verspreidde. Vandaag de dag worden Doulton-filters in 140 landen verkocht. In de meeste landen gaat het er nog steeds om het water veilig te maken. In warme streken van de wereld is de bacteriegroei niet in de hand te houden en drinkt de bevolking uitsluitend leidingwater wanneer het filter zichtbaar aanwezig is.

In ons Nederlandse leidingwater zijn weliswaar bacteriën aanwezig, maar dat zijn er zo weinig dat ze geen bedreiging voor de gezondheid vormen. Alleen wanneer water langdurig stilstaat krijgen ze een kans zich te vermenigvuldigen. De legionella-problematiek toont dat overduidelijk aan.

Bij ons worden filters vooral gebruikt om de smaak te verbeteren, schadelijke chemicaliën te verwijderen en de hardheid van het water te verminderen. Hiervoor is actief kool een probaat middel. De filterkannen van bijvoorbeeld Brita en Leifheit hebben actief kool granulaat, eventueel gemengd met een ionenwisselaar om bepaalde mineralen te vervangen. Nadeel van deze filters is dat het granulaat vrij toegankelijk is voor bacteriën, die eraan vastplakken, zich gaan vermenigvuldigen en het filter binnen een maand onbruikbaar maken.

Dit probleem wordt opgelost door de actieve kool in het keramische filter van Doulton te plaatsen. De schaal van keramiek houdt de bacteriën tegen zodat die zich niet kunnen nestelen in de actieve kool. Zo kan een dergelijk combi-filter gemakkelijk een jaar lang veilig en smakelijk drinkwater leveren.

 

  In 1850 maakte Henry Doulton zijn eerste keramische filter